Paragraaf 1 Gelovigen worden verlost van de overheersende macht van de zonde, maar niet van de oude mens

Die God naar Zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon,
onzen Heere Jezus Christus, roept,
en door den Heiligen Geest wederbaart,
die verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde, a
doch Hij verlost hen in dit leven
niet ganselijk van het vlees en het lichaam der zonde. b

Bewijsteksten

a

Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde. Johannes 8:34

Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt. Romeinen 6:17

b

Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Romeinen 7:21-24

origineel
SV
onder tekst
17
leermodusleren