Paragraaf 13Gelovigen die opnieuw met God verzoend zijn, willen niets liever dan het ervaren van Zijn gunst en nabijheid

Als mensen zich van God hebben afgekeerd en God heeft hen weer naar zich toegetrokken, wordt in hen het vertrouwen weer levend dat ze bij hun geloof zullen blijven. Het is niet zo dat ze nu luchthartig met Gods geboden gaan omspringen. Nee, ze volgen des te nauwkeuriger de wegen die God heeft aangewezen, om hierdoor zeker te zijn van een duurzaam geloof. Immers, wanneer zij misbruik zouden maken van zijn goedheid, zou de goede verhouding met God verbroken worden. En dat willen ze voorkomen. Anders zouden ze er nog meer onderdoorgaan. Want een goede verhouding met God vindt de gelovige belangrijker dan het leven, het gemis daarvan vindt hij erger dan de dood.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering. Want u bent bedroefd geweest overeenkomstig de wil van God, zodat u in geen enkel opzicht door ons schade hebt geleden. Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg. Want zie, juist dit, dat u overeenkomstig de wil van God bedroefd bent geworden, wat een grote inzet heeft dat in u teweeggebracht! Ja, wat een verdediging, ja, wat een verontwaardiging, ja, wat een vrees, ja, wat een vurig verlangen, ja, wat een ijver, ja, wat een bestraffing! In alles hebt u bewezen zelf rein te zijn in deze zaak. 2 Korinthe 7:9-11

Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Efeze 2:10

b

Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven; daarom zullen mijn lippen U prijzen. Psalmen 63:4

Er is niemand die Uw Naam aanroept, die zich beijvert om U vast te grijpen, want U verbergt Uw aangezicht voor ons en U doet ons wegkwijnen in de greep van onze ongerechtigheden. Jesaja 64:7

waar ze zijn gekomen om te strijden tegen de Chaldeeën: Het is om ze te vullen met de dode lichamen van mensen die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid, en omdat Ik Mijn aangezicht voor deze stad verborgen heb om al hun kwaad. Jeremia 33:5

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren