Paragraaf 15God laat sommige mensen liggen in hun zondige toestand

Deze eeuwige en onverdiende genade van onze verkiezing
wijst en prijst ons de Heilige Schrift daarmede allermeest aan,
dat zij wijders getuigt, dat niet alle mensen zijn verkoren,
maar sommigen niet verkoren, of in Gods eeuwige verkiezing voorbijgegaan, a namelijk die,
welke God naar Zijn gans vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen
besloten heeft in de gemene ellende te laten,
in dewelke zij zichzelf door hun eigen schuld hebben gestort,
en met het zaligmakend geloof en de genade der bekering niet te begiftigen,
maar hen, in hun eigen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel gelaten zijnde, b
eindelijk niet alleen om het ongeloof, maar ook om alle andere zonden,
tot verklaring van Zijn gerechtigheid, te verdoemen en eeuwiglijk te straffen.
En dit is het besluit der verwerping,
hetwelk God geenszins maakt tot een auteur van de zonde
(hetwelk godslasterlijk is te denken),
maar Hem stelt tot haar verschrikkelijken, onberispelijken
en rechtvaardigen Rechter en Wreker.

Bewijsteksten

a

En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid. Romeinen 9:22

Dengenen namelijk, die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn. 1 Petrus 2:8

b

Welke in de verledene tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen. Handelingen 14:16

origineel
SV
onder tekst
16
leermodusleren