Paragraaf 16 Zoekende mensen hoeven niet bang te zijn voor de uitverkiezing

Die het levend geloof in Christus,
of het zeker vertrouwen des harten,
den vrede der consciëntie,
de betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid,
den roem in God door Christus,
in zich nog niet krachtiglijk gevoelen, a
en nochtans de middelen gebruiken,
door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken,
die moeten niet mismoedig worden, wanneer zij van de verwerping horen gewagen,
noch zichzelf onder de verworpenen rekenen,
maar in het waarnemen der middelen vlijtig voortgaan,
naar den tijd van overvloediger genade vuriglijk verlangen,
en dien met eerbiedigheid en ootmoedigheid verwachten.

Veel minder behoren voor deze leer van de verwerping verschrikt te worden degenen,
die ernstiglijk begeren zich tot God te bekeren,
Hem alleen te behagen,
en van het lichaam des doods verlost te worden, b
en nochtans in den weg der godzaligheid en des geloofs
zo ver nog niet kunnen komen, als zij wel wilden;
aangezien de barmhartige God beloofd heeft,
dat Hij de rokende vlaswiek niet zal uitblussen,
en het gekrookte riet niet zal verbreken. c

Maar deze leer is met recht schrikkelijk voor degenen,
die, God en Christus den Zaligmaker, niet achtende,
zichzelf aan de zorgvuldigheden der wereld
en aan de wellusten des vleses geheel hebben overgegeven, d
zolang zij zich niet met ernst tot God bekeren.

Het gebruik van de middelen: de Dordtse Leerregels stellen dat God beloofd heeft om door de prediking van het evangelie (de middelen) het levend geloof in Christus, het vaste vertrouwen van het hart, vrede in het geweten, enz. in ons te werken. Deel krijgen aan Christus is geen lot uit de loterij, maar een belofte van God. Daarom zeggen de Dordtse Leerregels: wie de middelen gebruikt, mag de zegen verwachten en hoeft niet moedeloos te worden. Gebruik de middelen met ijver (vlijtig) en verwacht de genade met eerbied en nederigheid. Want het enige doel van God met de prediking van het evangelie is om de mens de zaligmakende genade en de heerlijkheid deelachtig te maken (Acta, Gelderland p. 627).
Hiervoor geldt ook de uitspraak van Bernardus Smytegelt: ‘wie nat wil worden, moet in de regen lopen’. Oftewel: wie bekeerd wil worden, moet het evangelie horen. Zorg daarom dat je onder de evangelieverkondiging zit, want het geloof is uit het gehoor (Rom. 10:17). H3-4 par. 17 legt dit verder uit dat God ‘het gebruik van het evangelie’ als middel en zaad gebruikt om de wedergeboorte te werken.
Van het lichaam des doods verlost te worden: deze uitdrukking komt uit Rom. 7 en duidt alle hindernissen aan, wat ons bij de levende God vandaan houdt en waar men van verlost zou willen worden. De hinder die dit veroorzaakt, mag niemand doen menen dat hij tot de verworpenen behoort. Het verlangen om zich tot God te bekeren en hiervan verlost te zijn vormt het bewijs van het tegendeel.

Bewijsteksten

a

Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood. Jakobus 2:26

Want onze roem is deze, namelijk de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en allermeest bij ulieden. 2 Korinthe 1:12

En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening gekregen hebben. Romeinen 5:11

Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. Filippenzen 3:3

b

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Romeinen 7:24

c

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. Jesaja 42:3

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. Mattheüs 12:20

d

Want onze God is een verterend vuur. Hebreeën 12:29

En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar. Mattheüs 13:22

origineel
SV
onder tekst
17
leermodusleren