Paragraaf 16Zoekende mensen hoeven niet bang te zijn voor de uitverkiezing

Die het levend geloof in Christus,
of het zeker vertrouwen des harten,
den vrede der consciëntie,
de betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid,
den roem in God door Christus,
in zich nog niet krachtiglijk gevoelen, a
en nochtans de middelen gebruiken,
door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken,
die moeten niet mismoedig worden, wanneer zij van de verwerping horen gewagen,
noch zichzelf onder de verworpenen rekenen,
maar in het waarnemen der middelen vlijtig voortgaan,
naar den tijd van overvloediger genade vuriglijk verlangen,
en dien met eerbiedigheid en ootmoedigheid verwachten.
Veel minder behoren voor deze leer van de verwerping verschrikt te worden degenen,
die ernstiglijk begeren zich tot God te bekeren,
Hem alleen te behagen,
en van het lichaam des doods verlost te worden, b
en nochtans in den weg der godzaligheid en des geloofs
zo ver nog niet kunnen komen, als zij wel wilden;
aangezien de barmhartige God beloofd heeft,
dat Hij de rokende vlaswiek niet zal uitblussen,
en het gekrookte riet niet zal verbreken. c
Maar deze leer is met recht schrikkelijk voor degenen,
die, God en Christus den Zaligmaker, niet achtende,
zichzelf aan de zorgvuldigheden der wereld
en aan de wellusten des vleses geheel hebben overgegeven, d
zolang zij zich niet met ernst tot God bekeren.

Bewijsteksten

a

Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood. Jakobus 2:26

Want onze roem is deze, namelijk de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en allermeest bij ulieden. 2 Korinthe 1:12

En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening gekregen hebben. Romeinen 5:11

Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. Filippenzen 3:3

b

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Romeinen 7:24

c

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. Jesaja 42:3

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. Mattheüs 12:20

d

Want onze God is een verterend vuur. Hebreeën 12:29

En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar. Mattheüs 13:22

origineel
SV
onder tekst
16
leermodusleren