Paragraaf 17 Als middel om zalig te worden gebruikt God het evangelie

Gelijk ook die almachtige werking Gods,
waardoor Hij dit ons natuurlijk leven voortbrengt en onderhoudt,
niet uitsluit, maar vereist het gebruik der middelen, a
door welke God naar Zijn oneindige wijsheid en goedheid
deze Zijn kracht heeft willen uitoefenen;
alzo is het ook, dat de voormelde bovennatuurlijke werking Gods,
waardoor Hij ons wederbaart,
geenszins uitsluit, noch omstoot het gebruik des Evangelies,
hetwelk de wijze God tot een zaad der wedergeboorte en spijze der ziel verordineerd heeft. b

Daarom dan, gelijk de apostelen en de leraars, die hen zijn gevolgd,
van deze genade Gods het volk godzaliglijk hebben onderricht,
Hem ter eer, en tot nederdrukking van allen hoogmoed des mensen,
en ondertussen nochtans niet hebben nagelaten,
hen door heilige vermaningen des Evangelies te houden
onder de oefening des Woords, der Sacramenten en kerkelijke tucht; c

alzo moet het ook nu ver vandaar zijn, dat diegenen,
die anderen in de gemeente leren, of die geleerd worden,
zich zouden vermeten God te verzoeken door het scheiden dier dingen,
die God naar Zijn welbehagen heeft gewild dat te zamen gevoegd zouden blijven. d

Want door de vermaningen wordt de genade medegedeeld;
en hoe vaardiger wij ons ambt doen,
des te heerlijker vertoont zich ook de weldaad Gods, Die in ons werkt,
en Zijn werk gaat dan allerbest voort. e
Welken God alleen toekomt, zo vanwege de middelen,
als vanwege de zaligmakende vrucht en kracht daarvan,
alle heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Let erop dat de Dordtse Leerregels benadrukken dat God de wedergeboorte alleen werkt door middel van de prediking van het evangelie (de middelen). Je wordt dus niet gered omdat je nu eenmaal bent uitverkoren en daardoor kunt afwachten of je eigen leven kunt blijven leven zonder God. Het gebruik van het evangelie noemt de Dordtse Leerregels het zaad van de wedergeboorte en: door de vermaningen (prediking) wordt de genade medegedeeld. De belofte van eeuwig leven in de prediking vraagt van ons bekering én geloof (DL H2. par. 7). Daarvoor moeten we het wel eerst horen: Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God (Rom. 10:17). De afgevaardigden van Gelderland verwoordden dit zo:
Wie verlangt naar het doeleinde (van God) die moet ook zeker beslist de vooraf bepaalde middelen ter harte nemen. Het is dwaas en goddeloos als mensen zeggen: ‘Indien ik tot de zaligheid en tot het zaligmakende geloof ben gepredestineerd (uitgekozen), zal ik die beide wel verkrijgen, ongeacht wat dat doel is, en ongeacht wat ik doe.’ Integendeel: indien u zalig wilt worden, geloof! Indien u het geloof begeert: hoor het Woord! Want het geloof is uit het gehoor. (Acta Gelderland, p. 626).

Bewijsteksten

a

Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. Jesaja 55:10-11

b

Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven. 1 Korinthe 1:21

Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. 1 Petrus 1:23

Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is. 1 Petrus 1:25

c

En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. Handelingen 2:42

Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. 2 TimotheĆ¼s 4:2

Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn. Want wij prijzen onszelven u niet wederom aan, maar wij geven u oorzaak van roem over ons, opdat gij stof zoudt hebben tegen degenen, die in het aangezicht roemen en niet in het hart. Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd van zinnen zijn, wij zijn het ulieden. Want de liefde van Christus dringt ons; Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is. Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. 2 Korinthe 5:11-18

d

Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen! Romeinen 10:14-15

e

Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde, Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen. Judas 1:24-25

origineel
SV
onder tekst
17
leermodusleren