Paragraaf 15 God laat sommige mensen liggen in hun zondige toestand

Deze eeuwige en onverdiende genade van onze verkiezing
wordt door de Heilige Schrift vooral dan aangewezen en aangeprezen,
wanneer zij er ook over spreekt dat niet alle mensen uitverkoren zijn.
Sommige mensen zijn niet uitverkoren.
Dat wil zeggen: God ging in Zijn eeuwige verkiezing aan hen voorbij. a
Dat betreft die mensen van wie God in Zijn volkomen vrij, rechtvaardig,
onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft
om hen in de gemeenschappelijke ellende te laten
waarin zij zich door eigen schuld hebben gestort.

God besloot om hun het zaligmakend geloof en de genade van de bekering niet te schenken,
maar hen op hun zelfgekozen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel te laten. b
Hij besloot ook om hen ten slotte – niet alleen om hun ongeloof,
maar ook om al hun andere zonden – te veroordelen en eeuwig te straffen.
Hierdoor toont Hij Zijn rechtvaardigheid.

Dit is het besluit van de verwerping.
Het verwijt dat God daardoor tot auteur van de zonde wordt gemaakt, is een godslasterlijke gedachte.
Het besluit laat wel zien dat Hij een ontzagwekkende, onberispelijke en rechtvaardige Rechter
en een Wreker van de zonde is.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, een hertaling; dr. W. Verboom, 2018, KokBoekencentrum Uitgevers.

Let erop dat God uitverkorenen wel predestineert tot het geloof, maar dat Hij de niet-uitverkorenen niet predestineert tot het ongeloof of het oordeel. Ongeloof en andere zonden zijn niet het gevolg van de verwerping: ze zijn het gevolg van onze eigen onwil. Als een hoorder onder de evangelieboodschap niet gaat geloven, is dat niet omdat God die persoon tegenhoudt en het zou afkeuren dat die persoon de beloften in het evangelie gelooft. Die persoon kiest ervoor om ongelovig te zijn en het aanbod van God in het evangelie te verachten en te wantrouwen. Het besluit van verwerping houdt in dat God slechts heeft besloten om toe te laten dat sommige mensen zichzelf verharden in zonde en ongeloof. Het woordje ‘laten’ maakt dit ook duidelijk: God dwingt de (verharde) mens niet tot het kwaad, maar laat hem in de ruimte. In het uiterste geval zelfs om het evangelie, waarmee God de mens aanspreekt, te verwerpen.
Het besluit van verwerping is niet Gods intentie, maar het is Zijn reactie als Rechter, die uiteindelijk op de zonde van de mens reageert. Het woordje ‘uiteindelijk’ veronderstelt lang uitstel, als van iets wat men maar met moeite over zijn hart kan verkrijgen. Het wijst erop dat God dit straffen het liefst niet doet: het is een uiterste waar Hij uiteindelijk, als het niet meer langer kan, toe overgaat. Het herinnert er ook aan dat God geen vreugde vindt in de dood van de goddeloze, maar in zijn bekering (Ez. 33:11).

Bewijsteksten

a

En is het niet zo dat God, omdat Hij Zijn toorn wilde bewijzen en Zijn macht bekendmaken, met veel geduld de voorwerpen van Zijn toorn, voor het verderf gereedgemaakt, verdragen heeft? Romeinen 9:22

Voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn. 1 Petrus 2:8

b

Hij heeft in de tijden die achter ons liggen al de heidenen hun eigen wegen laten gaan. Handelingen 14:16

hedendaags
HSV
onder tekst
17
leermodusleren