Paragraaf 14De uitverkiezing moet een plaats hebben in de prediking

De profeten, Christus zelf en de apostelen hebben deze leer in hun tijd openlijk bekend gemaakt; dat was Gods plan. Vervolgens is ze in de Bijbel vastgelegd voor het nageslacht.
Zo moet deze leer op de daartoe geëigende tijd en plaats ook nu in Gods kerk, waaraan ze in het bijzonder is toevertrouwd, uiteengezet worden, opdat God geëerd wordt en zijn kinderen er een werkelijk houvast aan hebben.
Dit moet weloverwogen en met eerbied gebeuren zonder dat men probeert het handelen van de Allerhoogste helemaal uit te pluizen.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Want ik heb niet nagelaten u heel het raadsbesluit van God te verkondigen. Handelingen 20:27

Wie heeft Hem Zijn weg voorgeschreven? Of wie heeft gezegd: U hebt onrecht gedaan? Denk eraan dat je Zijn werk groot maakt, dat de mensen bezingen. Alle mensen zien het; de sterveling aanschouwt het van verre. Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet; het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden. Job 36:23-26

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Romeinen 11:33

b

Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld. Romeinen 12:3

Deze dingen nu, broeders, heb ik ter wille van u op mijzelf en Apollos toegepast, met de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft. 1 Korinthe 4:6

Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Hebreeën 6:17-18

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Dankbaarheid)
hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren