Paragraaf 14 De uitverkiezing moet een plaats hebben in de prediking

Deze leer van Gods uitverkiezing is naar Zijn wijze raad door de profeten,
door Christus Zelf en de apostelen – zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament – gepredikt
en daarna in de Heilige Schriften verkondigd en overgeleverd. a
Zo moet deze leer ook vandaag op de juiste tijd en plaats in Gods kerk (waarvoor zij in het bijzonder bestemd is) geleerd worden.

Dat moet gebeuren met het nodige onderscheidingsvermogen,
met eerbied voor God en op een heilige manier, b
zonder nieuwsgierig de wegen van de Allerhoogste na te speuren,
tot eer van Gods heilige Naam
en tot een levende troost voor Zijn volk.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, een hertaling; dr. W. Verboom, 2018, KokBoekencentrum Uitgevers.

De prediking verkondigt wat God bekend heeft gemaakt in de Bijbel. Wat er vanuit de Bijbel bekend is over de predestinatie, mag en moet in de prediking aan de orde komen. Gods uitverkiezing valt niet samen met Zijn verborgen wil, ook over de verkiezing is genoeg bekend vanuit de Bijbel. Er zijn slechts twee dingen voor ons verborgen: van onwedergeboren personen weten wij nog niet of God hun geloof zal geven. Als tweede is voor ons verborgen waarom God heeft gewild dat Hij sommige concrete personen wel en anderen niet het geloof zou geven. Waarom Petrus wel en Judas niet? We weten dat God daarvoor goede redenen had, maar we weten niet welke redenen. Daaruit mogen we niet concluderen ‘dat God alleen naar het goeddunken van Zijn wil, zonder ook maar enigszins rekening te houden met enige zonde, het grootste deel van de mensheid tot het eeuwige oordeel voorbestemd en geschapen heeft’.

Bewijsteksten

a

Want ik heb niet nagelaten u heel het raadsbesluit van God te verkondigen. Handelingen 20:27

Wie heeft Hem Zijn weg voorgeschreven? Of wie heeft gezegd: U hebt onrecht gedaan? Denk eraan dat je Zijn werk groot maakt, dat de mensen bezingen. Alle mensen zien het; de sterveling aanschouwt het van verre. Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet; het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden. Job 36:23-26

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Romeinen 11:33

b

Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld. Romeinen 12:3

Deze dingen nu, broeders, heb ik ter wille van u op mijzelf en Apollos toegepast, met de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft. 1 Korinthe 4:6

Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Hebree├źn 6:17-18

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Dankbaarheid)

hedendaags
HSV
onder tekst
17
leermodusleren