Paragraaf 5 Ongeloof is een zonde, geloof is een geschenk van God

De oorzaak of schuld van het ongeloof ligt volstrekt niet bij God,
maar bij de mens, zoals dat van alle zonden geldt. a
Maar het geloof in Jezus Christus en de zaligheid door Hem
is een genadegave van God. Zoals geschreven staat:
Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God (Ef. 2:8).
Evenzo: Want aan u is het uit genade gegeven in Christus te geloven (Filp. 1:29).

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, een hertaling; dr. W. Verboom, 2018, KokBoekencentrum Uitgevers.

Het woord ‘oorzaak’ wordt alleen gebruikt in verband met het ongeloof, want de oorzaak van het ongeloof ligt in de mens. Door de zonde zit de mens gevangen in de macht van de zonde en de duivel en zolang hij zijn weg buiten God gaat, reageert hij op het evangelie, waarin God hem aanspreekt, met weerstand en ongeloof. In dit artikel wordt aan ‘oorzaak’ ook ‘schuld’ toegevoegd. Dat betekent dat de mens op zijn ongeloof aanspreekbaar blijft: ongeloof is een daad van afwijzing op de persoonlijk gerichte aanspraak van God. Waar het Woord geloof vindt, komt er een omkering: van de levensrichting en herstel van de relatie met God. De mens is tot deze omkering zelf niet in staat, maar God breekt het verzet en maakt dat Zijn Woord wordt geloofd.

Bewijsteksten

a

Omdat dus het feit blijft dat sommigen deze rust binnengaan, en dat zij aan wie het Evangelie eerst verkondigd was, niet binnengegaan zijn vanwege hun ongehoorzaamheid. Hebreeën 4:6

Voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn. 1 Petrus 2:8

hedendaags
HSV
onder tekst
17
leermodusleren