Paragraaf 10Geroepenen die tot bekering komen, moeten daarvan God de eer geven

Maar er zijn ook mensen die wel geloof hechten aan de blijde boodschap en zich bekeren. Dat is niet, zoals Pelagius dacht, een zaak van hun eigen onafhankelijke beslissing. Volgens hem zouden ze zichzelf onderscheiden van anderen, die even goed de gaven om te geloven en om hun leven te veranderen zouden gekregen hebben.
Nee, het is Gods werk. Hij heeft de mensen die Hem toebehoren, al voor het begin van de wereld als zijn kinderen aangenomen door hen toe te vertrouwen aan Christus. Hij is het ook, die op een bepaald moment een krachtig appèl op hen doet, hun geloof en bekering schenkt, hen uit de macht van de duivel verlost en hun een plaats geeft in het koninkrijk van zijn Zoon. Het doel van dit alles is dat deze mensen de grote daden bekend zullen maken van Hem die hen uit de duisternis in zijn goddelijk licht heeft getrokken. Het moet hen niet gaan om hun eigen eer, maar om die van hun Heer. Hem moeten zij eren, zoals ook gedaan wordt op vele plaatsen in het Nieuwe Testament.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt. Romeinen 9:16

b

Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Kolossenzen 1:13

Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader. Galaten 1:4

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. 1 Petrus 2:9

c

Opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere. 1 Korinthe 1:31

Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heere. 2 Korinthe 10:17

Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Efeze 2:8-9

Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen. Filippenzen 3:3

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren