Paragraaf 15God is ons niets schuldig, alles is genade

God is niet verplicht iemand het geloof te geven. Hij is immers niemand iets schuldig, omdat niemand Hem iets anders te bieden heeft dan ongehoorzaamheid en leugens. Degene die dit geloof van God krijgt, moet dan ook alleen God dank betuigen.
De mensen die het geloof niet krijgen, geven niet in het minst om geestelijke zaken en vinden hun levensvervulling alleen in zichzelf. Ook zijn er die zich in zorgeloosheid erop beroemen dingen te hebben die ze niet hebben. En verder, wat het beoordelen van anderen betreft: van de mensen die openlijk uitkomen voor hun geloof en hun leven beteren, moeten we het beste denken en spreken, naar het voorbeeld van de apostelen. Immers wat in hun hart leeft, weten we niet.
Tegenover de anderen die God nog niet heeft geroepen, moeten we ons niet op de borst slaan, net alsof het onderscheid tussen hen en ons door onszelf gemaakt is. Nee, we moeten voor hen bidden tot God, die dingen die er niet zijn, schept.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Romeinen 11:35

b

Wee de zorgelozen in Sion, en de onbezorgden op de berg van Samaria, de beroemdsten van de voornaamste van de volken, en tot wie het huis van Israël komt. Amos 6:1

Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit! Jeremia 7:4

c

Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Romeinen 14:18

Maar de HEERE zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan. 1 Samuël 16:7

d

Zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. Romeinen 4:17

Want wie maakt onderscheid tussen u? En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had? 1 Korinthe 4:7

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Lieg niet)
hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren