Paragraaf 5De wet van God wijst de zonden aan, maar geeft geen oplossing

Het is met Gods wet, de Tien Geboden, net als met het natuurlijk inzicht: ze laten beide zien hoe slecht de mens is en overtuigen de mens meer en meer van zijn schuld. Maar ze wijzen geen uitweg en ook geven ze hem niet de kracht om aan zijn ellendige toestand te ontsnappen: hij komt niet onder de veroordeling op grond van Gods wet uit. Dus zó kan de mens het geschenk van de redding niet krijgen.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen. Romeinen 7:10

Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft – opdat zij als zonde zichtbaar zou worden – door het goede voor mij de dood teweeggebracht, opdat door het gebod de zonde uitermate zondig zou blijken te zijn. Romeinen 7:13

b

Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees. Romeinen 8:3

Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God. Daarom zal uit werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden. Door de wet is immers kennis van zonde. Romeinen 3:19-20

Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten hun ogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden. 2 Korinthe 3:6-7

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren