Verwerping 3Verwerping van de dwaling: De vrije wil is door de zondeval niet aangetast

"Nadat de mens ongehoorzaam geworden was, verloor hij wel zijn goede eigenschappen, maar zijn wil werd daardoor niet aangetast. De wil van de mens werd alleen gehinderd doordat zijn denken verblind was en hij zijn gevoelens niet beheerste. Wanneer de wil hiervan geen last meer zou ondervinden, zou ze gebruik kunnen maken van de vrijheid die haar eigen is. Dat betekent dat de wil kan kiezen het goede wel of niet te doen."

Dit is een volkomen onjuiste opvatting: aan de wil worden mogelijk heden toegekend die ze niet heeft. Maar Jeremia zegt: "Niets is zo verraderlijk als het mensenhart; het is door en door slecht" (Jer. 17:9);
en Paulus zegt: "Net als zij (namelijk de mensen die God niet gehoorzamen (vert.)) lieten ook wij ons vroeger beheersen door wat ons slechte hart wilde en deden wat er maar aan verkeerds in ons hoofd opkwam" (Ef. 2:3).

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak
hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren