Paragraaf 1Gelovigen worden verlost van de overheersende macht van de zonde, maar niet van de oude mens

Volgens zijn plan vertrouwt God een bepaald aantal mensen toe aan Jezus Christus en Hij maakt nieuwe mensen van hen door het werk van de Heilige Geest. Hij bevrijdt hen, zodat het kwaad hen niet meer als slaven in zijn macht houdt. Dat wil nog niet zeggen, dat het verkeerde volkomen uit hun leven verdwenen is.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde. Johannes 8:34

Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. Romeinen 6:17

b

Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt. Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Romeinen 7:21-24

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren