Paragraaf 15 God is ons niets schuldig, alles is genade

Deze genade is God aan niemand schuldig;
want wat zou Hij schuldig zijn dengenen,
die Hem niets eerst geven kan, opdat het hem vergolden worde? a
Ja, wat zou God dien schuldig zijn,
die van zichzelf niet anders heeft dan zonde en leugen?
Diegene dan, die deze genade ontvangt,
die is Gode alleen daarvoor eeuwige dankbaarheid schuldig,
en dankt Hem ook daarvoor;
diegene, die deze genade niet ontvangt,
die acht ook deze geestelijke dingen gans niet,
en behaagt zichzelf in het zijne;
of, zorgeloos zijnde, roemt hij ijdellijk, dat hij heeft hetgeen hij niet heeft. b

Voorts, van diegenen die hun geloof uiterlijk belijden en hun leven beteren,
moet men naar het voorbeeld der apostelen het beste oordelen en spreken; c
want het binnenste des harten is ons onbekend.
En wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn,
voor dezulken moet men God bidden,
Die de dingen die niet zijn, roept, alsof zij waren;
en wij moeten ons geenszins tegenover hen verhovaardigen,
alsof wij onszelf uitgezonderd hadden. d

Verkiezing en verwerping zijn niet hetzelfde of even belangrijk. Gods intentie is onze verkiezing (deze genade). De verkiezing bepaalt het doel dat Hij met ons leven heeft. Verwerping is een uiterste waar Hij uiteindelijk met moeite toe overgaat (als het echt niet meer langer gaat). Daarom hoef je niet in de verwerping van mensen te berusten, zolang zij nog in leven zijn. De niet-gelovige moet altijd nog als niet-gelovige worden gezien, niet als verworpene. Het artikel roept op tot gebed voor degenen die nog niet geroepen zijn. Dat ons heil van Gods beslissing afhangt, is geen belemmering om voor hen te bidden. Het is juiste de enige grond voor dat gebed, omdat God vanuit de eeuwigheid positief betrokken is op het heden dat ons zorgen baart.

Bewijsteksten

a

Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden? Romeinen 11:35

b

Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israels komen. Amos 6:1

Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze! Jeremia 7:4

c

Want die Christus in deze dingen dient, is Gode welbehagelijk, en aangenaam den mensen. Romeinen 14:18

Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan. 1 Samuël 16:7

d

(Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren. Romeinen 4:17

Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij, alsof gij het niet ontvangen hadt? 1 Korinthe 4:7

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Lieg niet)

origineel
SV
onder tekst
17
leermodusleren