Paragraaf 1Door de zondeval heeft de mens zichzelf van het beeld van God beroofd

De mens is geschapen naar het beeld van God. Hij had oorspronkelijk een goede verhouding met zijn Schepper, hij wilde wat rechtvaardig is, zijn gevoelsleven was zonder smet. Kortom, hij was God geheel en al toegewijd. Maar de duivel heeft hem ertoe gebracht God ontrouw te worden. Toch was dit uiteindelijk een beslissing van de mens zelf. Daardoor heeft hij zichzelf beroofd van al deze voortreffelijke gaven. In plaats daarvan heeft hij verschrikkelijke dingen over zich gehaald: zijn verstand is verblind, hij oordeelt lichtzinnig en verkeerd. Hij wil wat slecht is en gaat hardnekkig in tegen God en zijn gevoelsleven is vol onzuiverheid.

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Genesis 1:26-27

b

De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan. Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten. Genesis 3:1-7

c

Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart. Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven. Efeze 4:17-19

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren