Paragraaf 7 Uitverkoren in Christus

Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen van God,
dat Hij vóór de grondlegging (ver vóór de schepping) van de wereld nam
om een bepaald aantal mensen zalig te maken.
Uit het hele menselijk geslacht,
dat door eigen schuld uit de oorspronkelijke gerechtigheid in zonde en verderf was gevallen,
verkoos Hij hen in Christus tot de zaligheid, b
alleen uit genade, naar het vrije welbehagen van Zijn wil. a
Zij zijn niet beter of waardiger dan andere mensen, maar delen in dezelfde ellende.
Maar God heeft Christus van eeuwigheid aangesteld tot een Middelaar
en Hoofd van alle uitverkorenen en tot een fundament van hun zaligheid.

Om hen zalig te maken, heeft Hij ook besloten om hen aan Christus te geven
en hen met kracht door Zijn Woord en Geest te roepen en te trekken tot Zijn gemeenschap, c
dat wil zeggen: om hun het ware geloof in Hem te schenken,
hen te rechtvaardigen en te heiligen,
hen met kracht in de gemeenschap van Zijn Zoon te bewaren,
en hen tot slot te verheerlijken.
In dit alles betoont Hij Zijn barmhartigheid, tot lof en prijs van de rijkdom van Zijn heerlijke genade.

Zoals geschreven staat:
… omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft,
opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.
Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden,
door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade,
waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde (Ef. 1:4-6).
En: En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen,
en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd,
en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt (Rom. 8:30).

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, een hertaling; dr. W. Verboom, 2018, KokBoekencentrum Uitgevers.

De eeuwigheid is voor God een eeuwig heden: alle tijdsmomenten in onze aardse historie zijn voor God even dichtbij.Gods voornemen is een besluit van eeuwigheid. Dat betekent niet ‘oneindig ver terug in het verleden’, want dan is de eeuwigheid een tijdscategorie. De eeuwigheid is een eeuwig heden: alle tijdsmomenten (vroeger, nu en straks) zijn gelijktijdig met Gods eeuwigheid. De kanttekeningen bij de Statenvertaling benadrukken dat je de uitdrukking ‘voor de grondlegging van de wereld’ (Ef. 1:4) figuurlijk moet lezen (bij wijze van spreken).
De uitverkiezing is dus Gods plan/voornemen van eeuwigheid en Hij voert dit uit in de tijd. Daarom spreken de Dordtse Leerregels over ‘wanneer God dit Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert’ en ‘dat God sommigen in den tijd met het geloof begiftigt’. Hierbij is geloof belangrijk: de persoonlijke verlossing van een zondaar gebeurt niet in de uitverkiezing, ook niet in het offer van Christus, maar op het moment dat iemand door Gods genade het evangelie gelovig aanneemt.
De mens blijft de auteur van zijn eigen daden (zowel zonden als de reactie op het evangelie). Als deze menselijke component wordt verwijderd, kom je uit bij het determinisme: alles ligt al vast, omdat Gods eeuwige besluiten alles tot stand brengen. Als God de enige oorzaak van alles is, dan betekent dit ook dat Hij de auteur van de zonde zou zijn en de mensheid gevangen zit in een noodlottig systeem. Deze opvatting wijzen de Dordtse Leerregels af als godslasterlijk.

Bewijsteksten

a

Omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde. Efeze 1:4

b

In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil. Efeze 1:11

Zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. Johannes 17:2

Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Johannes 17:12

Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Johannes 17:24

c

Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen. Johannes 6:37

God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere. 1 Korinthe 1:9

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Barmhartigheid)

hedendaags
HSV
onder tekst
17
leermodusleren