Paragraaf 7Uitverkoren in Christus

God heeft besloten een bepaald aantal mensen als kind aan te nemen. Dat besluit staat eens en voor altijd vast.
Het houdt in dat Hij, al voor Hij de wereld had geschapen, uit de hele mensheid een aantal mensen uitkoos om te redden. Die mensen verdienen dat niet meer dan de anderen. Want alle mensen, ook al waren ze als goede mensen geschapen, werden door hun eigen schuld slecht: ze zijn er allemaal even ellendig aan toe.
Het hangt dus alleen af van Gods vrije keus en zijn vergevingsgezindheid, wie Hij als kind aanneemt. God redt hen door hen toe te vertrouwen aan Christus. God. heeft Hem, voordat Hij de wereld geschapen had, aangesteld om God bij de mensen en de mensen bij God te vertegenwoordigen (daarom wordt Christus ‘Middelaar’ genoemd) en om Hoofd (vergelijk Ef. 1:10) te zijn van allen die zijn uitgekozen. Op Hem kunnen ze aan: op grond van zijn werk worden ze gered. God heeft daarom besloten hen er toe te brengen dat zij zich aan Christus toevertrouwen. Dit is het werk van de Heilige Geest, die hierbij gebruik maakt van de Bijbel.
God wilde hun zo het enig juiste geloof in Christus geven, de juiste verhouding tussen zichzelf en hen herstellen en hen aan zich wijden. En Hij wilde hen met alle inzet beschermen door hen toe te vertrouwen aan zijn Zoon, om hen tenslotte een plaats in de hemel te geven. Dit alles om te laten zien dat Hij zich over hen ontfermt en om iedereen er toe te brengen Hem de eer ervoor te geven dat Hij zijn vergevingsgezindheid zo overvloedig laat blijken.
Zo staat het in de Bijbel: "God heeft ons uitgekozen door ons aan Christus toe te vertrouwen al voor Hij de wereld geschapen had, om aan Hem gewijd te zijn en onberispelijk te zijn in zijn ogen. Uit liefde voor ons heeft God van tevoren bepaald dat wij door Jezus Christus als zijn kinderen aangenomen zouden worden. Want zo wilde Hij het om als vergevingsgezind God geprezen te worden. Hij heeft ons immers, zonder dat wij het verdienden, zijn vergevingsgezindheid getoond door ons zijn Zoon, die Hij liefheeft, te geven" (Ef. 1:4-6);
en op een andere plaats: "Wie Hij daar tevoren voor bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en wie Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook vrijgesproken; en wie Hij heeft vrijgesproken, aan hen heeft Hij ook een eervolle plaats gegeven in zijn rijk" (Rom. 8:30).

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak

Bewijsteksten

a

Omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde. Efeze 1:4

b

In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil. Efeze 1:11

Zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. Johannes 17:2

Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Johannes 17:12

Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Johannes 17:24

c

Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen. Johannes 6:37

God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere. 1 Korinthe 1:9

Meer lezen (externe link)

Vanaf 12 jaar

ABCvanhetGeloof.nl (Barmhartigheid)
hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren