1

Gods rechtvaardigheid eist dat onze zonden gestraft worden

Gods vergevingsgezindheid is oneindig groot, maar ook is Hij volmaakt rechtvaardig. Dat heeft Hij in de Bijbel bekendgemaakt. Omdat God rechtvaardig is, moet onze slechtheid bestraft worden. Deze straf raakt heel de mens, zowel tijdens het leven als na het sterven. Wij kunnen daar niet aan ontkomen, tenzij er voldaan wordt aan de eisen die Gods rechtvaardigheid met zich meebrengt.

2

God heeft Zijn Zoon als Borg gegeven voor onze zondeschuld

Zelf kunnen we niet voldoen aan de eisen waaraan voldaan moet worden voordat God niet langer toornig op ons is. Daarom heeft God in zijn vergevingsgezindheid zijn enige Zoon gegeven om onze plaatsvervanger te zijn. Die heeft onze schuld en de vloek die daarvan het gevolg is, op zich genomen. Hij deed dit door aan het kruis te sterven.

3

De dood van Christus is meer dan voldoende om alle zonden te verzoenen

Dit offer van Gods Zoon is de enige, volledige genoegdoening voor onze schuld. Deze genoegdoening is van onschatbare waarde; ze is zoveel waard dat de schuld van de hele mensheid er ruimschoots door betaald kan worden.

4

De dood van Christus is zo belangrijk omdat Hij eeuwig God is

Waarom is Christus’ dood van zo grote waarde en zijn de gevolgen ervan zo verstrekkend?
In de eerste plaats omdat Hij tegelijk God en mens is. Hij is echt mens, maar dan volledig toegewijd aan God en volkomen goed; ook is Hij de enige Zoon van God, eeuwig en oneindig, evenals de Vader en de Heilige Geest, en één met Hen. Zo alleen kon Hij onze Redder zijn.
In de tweede plaats, omdat Hij door te sterven de toorn en de vloek van God, die ons hadden moeten treffen, ondergaan heeft.

5

De belofte van het evangelie: geloof in Christus en wordt behouden

God belooft in de Bijbel dat iedereen die in Christus gelooft niet naar de hel gaat, maar het eeuwige leven heeft (vergelijk Joh. 3:16). Die belofte moet zonder onderscheid bekend gemaakt worden aan allen aan wie God volgens zijn goeddunken de boodschap van de Bijbel stuurt. Ze krijgen daarbij het bevel zich te bekeren en te gaan geloven.

6

Mensen gaan verloren door hun ongeloof

Velen echter tot wie de blijde boodschap met die oproep komt, bekeren zich niet en gaan niet in Christus geloven, maar gaan om hun ongeloof naar de hel. Dat komt niet doordat Christus’ genoegdoening aan het kruis niet voldoende zou zijn, maar het is hun eigen schuld.

7

Behouden worden is genade van God

Maar alle mensen die daadwerkelijk geloven en die door de dood van Christus bevrijd zijn van hun schuld, gaan niet naar de hel, maar worden gered. Dit hebben zij alleen aan Gods goedheid te danken. Hij heeft hun dit voorrecht gegeven door hen toe te vertrouwen aan Christus voordat Hij de wereld geschapen had. Hij is aan niemand verplicht dit voorrecht te verlenen.

8

De zaligmakende kracht van Christus dood geldt alleen voor de uitverkorenen

God de Vader heeft besloten dat de dood van zijn Zoon allen die uitgekozen zijn levend maakt en redt. Alleen hun geeft Hij het geloof en daardoor zal Hij hen zeker redden.
Dit gebeurt als volgt: Door zichzelf te offeren aan het kruis (waarmee Hij het nieuwe verbond van kracht gemaakt heeft) redt Christus mensen uit alle volken.
Hij schenkt deze mensen het geloof en alle andere gaven van de Heilige Geest die tot redding dienen. Christus wast met zijn bloed al hun schuld weg, zowel de aangeboren slechtheid als de slechte daden die ze doen voor en nadat ze gaan geloven.
Christus beschermt hen trouw tot het einde toe en brengt hen tenslotte smetteloos voor God.

9

God vervult Zijn raadsplan

Dit besluit, dat voortkomt uit de liefde van God voor zijn aangenomen kinderen, is ten uitvoer gebracht vanaf het begin van de wereld tot nu toe en zal ook in de toekomst ten uitvoer gebracht worden. De duivel kan daar niets tegen beginnen.
De uitvoering van dit besluit brengt met zich mee dat de kinderen van God een gemeenschap vormen. Deze gemeenschap is de kerk, die het offer van Christus als fundament heeft, want Christus heeft aan het kruis zijn leven voor haar gegeven. Daarom heeft de kerk haar Redder lief met hart en ziel, dient zij Hem trouw en looft zij Hem nu en voor altijd.

1

Verwerping van de dwaling: Toen God zijn Zoon gaf, wist Hij niet wie verlost zouden worden

"God de Vader heeft bepaald dat zijn Zoon aan het kruis zou sterven, zonder dat Hij meteen vast van plan was bepaalde mensen te redden. Ook al zou niemand ooit daadwerkelijk gered worden, dan blijft de dood van Christus toch noodzakelijk en volmaakt."

Deze opvatting is een grove onderschatting van de wijsheid van de Vader en het werk van Jezus Christus, en dus in strijd met de Bijbel.
Want onze Redder zegt: "Ik zet mijn leven op het spel voor mijn schapen (…) en Ik ken ze" (Joh. 10:15,27);
en de profeet Jesaja zei over Christus: "Door zichzelf over te geven als offer voor de schuld zal Hij nakomelingen krijgen en een lang leven ontvangen, en Jahwe zal door Hem zijn plannen uitvoeren" (Jes. 53:10).
Tenslotte keert deze opvatting zich ook tegen de belijdenis van de kerk.

2

Verwerping van de dwaling: Christus' bloed heeft niet het nieuwe verbond bevestigd

"Het doel van de dood van Christus was niet het nieuwe genadeverbond door zijn offer daadwerkelijk van kracht te maken. Het doel was alleen zijn Vader rechtsgrond te geven om weer een verbond met de mensen te sluiten, hetzij een genadeverbond, hetzij een werkverbond."

Dit is in strijd met de Bijbel, die leert dat Christus borg staat voor een beter verbond (wij noemen dat het nieuwe verbond), waarvan Hij ook de Middelaar is (vergelijk Hebr. 7:22).
Bovendien wordt een testament pas van kracht als iemand gestorven is (vergelijk Hebr. 9:15,17).

3

Verwerping van de dwaling: Christus heeft niet de zaligheid verdiend, maar de macht om met de mensheid te onderhandelen

"Het offer van Christus is voor niemand een absolute garantie dat hij gaat geloven en zo gered wordt. Christus heeft er slechts voor gezorgd dat de Vader opnieuw met de mensen in contact kan en wil treden en naar eigen inzicht nieuwe voorwaarden voorschrijven. Of ze aan die voorwaarden ook voldoen hangt van hun vrije wil af. Het is zelfs mogelijk dat niemand of iedereen aan die voorwaarden voldoet."

De mensen die er zo over denken, hechten niet genoeg waarde aan de dood van Christus en hebben helemaal geen oog voor het voornaamste resultaat ervan. Ze blazen de verderfelijke opvatting van Pelagius nieuw leven in.

4

Verwerping van de dwaling: Onder het nieuwe verbond is geloofsgehoorzaamheid hetzelfde als de wet houden

"God de Vader heeft met de mensen een nieuw verbond gesloten. Daarvoor bood de dood van Christus Hem de mogelijkheid. Dat verbond houdt niet in dat God ons redt door ons het geloof te geven dat het offer van Christus ook voor ons gebracht is. Nee, God heeft de eis van absolute gehoorzaamheid aan de wet laten vallen; ook al geloven en gehoorzamen wij niet volmaakt, toch beschouwt Hij dat als volmaakt. Daarvoor beloont Hij ons met het eeuwige leven, want Hij is vergevingsgezind."

Dit is in tegenspraak met Rom. 3:24 en 25, waar staat: "Alle mensen (…) worden vrijgesproken op grond van zijn vergevingsgezindheid. Daarvoor hoeven zij niets te betalen; Christus betaalt voor hen de prijs. God heeft Hem immers aangesteld om God en de mensen met elkaar te verzoenen door zichzelf voor hen op te offeren. Ze moeten dan wel in Hem geloven."
Ook komt in deze onjuiste opvatting de dwaalleer van Socinus terug; die bracht een heel eigen leer over hoe de verhouding tussen God en mensen weer hersteld wordt. Het gaat in tegen de juiste leer die door de kerk eenstemmig wordt aanvaard.

5

Verwerping van de dwaling: Alle mensen delen in de verzoening en niemand wordt vanwege de erfzonde veroordeeld

"God heeft zich met alle mensen verzoend en heeft hen allemaal in zijn nieuwe verbond opgenomen. Daarom is niemand schuldig vanwege zijn aangeboren slechte aard, zodat ook niemand daarom tot de eeuwige dood veroordeeld kan worden."

Dit is in tegenspraak met de Bijbel, die in Ef. 2:3 zegt dat onze (slechte) aard God alle aanleiding geeft om zeer toornig op ons te zijn.

6

Verwerping van de dwaling: Christus heeft het heil verworven, wij kiezen zelf of we daarin willen delen

"Zo worden de mensen gered: God heeft van zijn kant aan alle mensen in gelijke mate datgene willen geven wat Christus door zijn offer heeft verdiend: vergeving van hun schuld en het eeuwige leven. Maar of ze dat krijgen, hangt uiteindelijk af van hun eigen onafhankelijke beslissing. Dat God in zijn liefde sommige mensen — in tegenstelling tot anderen — ertoe brengt zijn geschenken aan te nemen, geeft niet de doorslag."

Natuurlijk is er onderscheid te maken tussen het feit dat Christus voor het eeuwige leven betaald heeft en het feit dat de gelovigen het eeuwige leven krijgen. Maar in het bovenstaande wordt dit onderscheid onjuist gebruikt. Men doet alsof men de gezonde leer brengt, maar probeert in feite mensen die in hun argeloosheid snel iets voor waar aannemen of minder onderlegd zijn, te vergiftigen met de leer van Pelagius.

7

Verwerping van de dwaling: Christus is niet gestorven voor mensen die God van eeuwigheid liefhad

"De mensen die God liefheeft en uitgekozen heeft om eeuwig te leven, hebben de dood van Christus niet nodig. Er kan dus geen sprake van zijn dat Christus voor hen moest sterven."

Dit is in tegenspraak met: Gal. 2:20: "(…) de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven";
Rom. 8:33,34: "God heeft ons uitgekozen. Wie zal ons dan beschuldigen? God? Nee, die spreekt ons vrij. Wie zal ons dan veroordelen? Christus? Nee, die is (voor ons, vert.) gestorven (…)";
Joh. 10:15: "Ik zet mijn leven op het spel voor mijn schapen";
Joh. 15:12,13: "Mijn opdracht aan u is: heb elkaar lief zoals Ik u heb liefgehad. De grootste liefde die iemand kan opbrengen, is dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden."

Met toestemming overgenomen uit: De Dordtse Leerregels, vertaald in gewoon Nederlands; vertaald door Freerk Jan Berghuis, Jaap Jonker, George Nieboer, Rein Tromp, Pieter G.B. de Vries, Zwanetta de Vries-Por, Otto B. Wiersma en Simone Wiersma-Wieringa, 1983, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak
hedendaags
HSV
16
leermodusleren